Op 1 november 2005 riep Kofi Annan, toenmalig secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de bevrijdingsdatum van Auschwitz, 27 januari 1945, uit tot een herdenkingsdag: The Holocaust Memorial Day. Wereldwijd worden op Holocaust Memorial Day de slachtoffers herdacht van de Holocaust en andere genociden (Cambodja, Rwanda, Srebrenica en Darfur). Auschwitz is uitgegroeid tot universeel symbool voor de massavernietiging van burgers.
In Nederland werd aan deze oproep ad hoc gehoor gegeven door het Instituut voor Oorlogs- Holocaust- en Genocidestudies (NIOD) en de CIDI Jongeren Organisatie (CIJO) die in januari een dag op de Universiteit van Amsterdam voor leerlingen van de middelbare school en studenten organiseerden. Tegelijkertijd vond op de Erasmus Universiteit in Rotterdam een symposium voor studenten plaats. De belangstelling voor de gebeurtenis en de resultaten van de eerste Holocaust Memorial Day waren indrukwekkend.
Daarom besloten de initiatiefnemers vanaf 2007 samen met het Nederlands Auschwitz Comité, Nationaal Monument kamp Amersfoort, Nationaal Monument Kamp Vught, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, de Shoah Foundation, de Anne Frankstichting, de Universiteit van Amsterdam (UvA), de Vrije Universiteit (VU), de Universiteit Utrecht (UU), de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) en de Radboud Universiteit Nijmegen (RU) ieder jaar speciale educatieve dagen voor middelbare scholieren en studenten organiseren.
"Genocide gebeurt niet ‘zomaar’. Daar gaat een proces aan vooraf. We moeten dat herkennen en leren hoe we daar menselijk en verantwoordelijk in kunnen handelen. Daarom is educatie zo belangrijk."
Maria van Haperen,
Centrum voor Holocaust en
Genocidestudies